English
\




China in geuren en kleuren.


Zou je me geloven als ik zou zeggen:

• In China eten ze de tenen en poten van kippen als een smakelijk snack.
• In China spreken ze een taal die Mandarijn heet.
• In China zegt de regering dat mensen maar 1 kind mogen krijgen. De meeste kinderen hebben dus geen broertje of zusje.
• In China dragen baby’s geen luier. Ze hebben een broek met een gat bij hun billen. Als ze moeten poepen of plassen kan dat gewoon door dat gat, ook al is dat midden op straat.
• De Chinese muur is zo’n groot bouwwerk dat het vanaf de maan te zien is.
• In China is het gewoon om te rochelen en daarna te spugen. Dat doen mensen niet alleen op straat maar ook in restaurants.
• In China koken ze water met behulp van een spiegel en de zon.
• In China is er een kraantje in de trein waar kokend heet water uit komt voor iedereen die thee wil zetten of soep wil maken.

Is dat echt allemaal waar? Wat denk jij? Welke van de zinnen hierboven zijn waar? En welke zijn verzonnen?



Ik zal het je verklappen: De Chinese muur is niet zichtbaar vanaf de maan. Hij is wel lang maar zo smal dat je hem niet kunt zien. Het is al heel lang een misverstand en veel mensen geloven dat het waar is.
En al die andere zinnen? Allemaal waar! China is een land waar heel veel dingen anders gaan dan bij ons. Teveel om op te noemen!

We kijken onze ogen uit in dit land en we zien elke dag weer wat nieuws. Rode lampionnen, Chinese tekens op papier en muren, volgeladen vrachtwagentjes met drie wielen, pagodes, vogels met een lange zwierige staart, Chinese oude mannen met een sikje, vliegers in de vorm van een draak, bergen in de mist, een metershoge Boeddha uitgehakt in de rotsen……de lijst is heel lang want er zijn heel veel mooie dingen te zien in China.



Niet alleen onze ogen moeten wennen aan China. Ook onze andere zintuigen krijgen veel nieuwe indrukken.

Onze neuzen ruiken het heerlijke eten wat ze overal klaarmaken. Onze ogen zien heus wel dat de vloer van het eettentje smerig is en dat de keuken wel vlees heeft liggen maar niet in een koelkast of vriezer. Maar onze neuzen verleiden ons omdat ze zoveel verse groentes gebruiken en ook lekker veel kruiden. Die kruiden kun je soms ook ruiken als je langs een veldje rijdt. En even later ruiken we ineens appels omdat er zakken vol van langs de kant van de weg staan.

Onze oren! Onze arme oren! Chinese mensen maken heel veel lawaai. Ze schreeuwen naar elkaar, zingen heel vals met de karaoke mee of slaan op trommels. Ze steken vuurwerk af op alle dagen van het jaar. Maar het ergste zijn de toeters van de auto’s, vrachtauto’s en bussen. Ze zijn loeihard! Het geluid gaat via onze oren recht onze hersenen in waar alleen maar pap van overblijft na een half uurtje in het verkeer. De Chinezen gebruiken hun toeter altijd en overal. Pas op! Nou ga ik inhalen! Hier kom ik aan! Waarom sta je stil voor het stoplicht?! Ik rem niet voor kinderen of huisdieren! IK GEEF GAS EN DAN GA IK OP DE CLAXON HANGEN!



En voelen? We slapen in Chinese hotelkamers en daar zijn de bedden keihard. Het matras is echt wel 15 centimeter dik maar het voelt alsof je op een houten plank ligt met een dunne deken eroverheen. Maar ons hoor je echt niet klagen, want we voelen ook wel dat het buiten flink koud wordt ’s nachts. En dus genieten we van de luxe van hotelkamers in China in plaats van te slapen in ons tentje. Gelukkig hebben we weinig regen en als overdag de zon schijnt voelen we hoeveel warmte hij nog geeft. We boffen met heerlijk herfstweer.

Maar het meest blij zijn we met de smaken van China. Of we nu in een net restaurant eten of in een morsig eettentje langs de kant van de weg, het eten is eigenlijk overal lekker en goed klaargemaakt. De Chinezen gebruiken in dit deel van het land af en toe rijst maar veel vaker noedels wat een soort dikke pasta is. Als we binnenkomen in een eettentje ligt er vaak alleen nog maar een bol deeg en daar kunnen ze in een paar minuten lange slierten van maken door het deeg in de lucht te slingeren en steeds verder uit te rekken. Daarna gooien ze het even in een pan met kokend water. Groente en sambal erbij, klaar! We leren hier al snel met stokjes eten. Als je twee keer per dag oefent lukken na een tijdje zelfs de ingewikkelde dingen als glibberige noedels of pinda’s
Het eten is heet. Niet alleen gloeiend heet van het kokende water maar vooral heet van alle pepertjes die ze in het eten gebruiken. Je krijgt er een loopneus van! De Chinezen zijn dol op eten en wij zijn dol op wat de Chinezen voor ons klaarmaken.



Wij leven dus in China een luxeleventje. We gaan wel twee per dag uit eten (en soms wel drie keer), nemen af en toe een taxi in een grote stad en slapen elke avond in een hotel. Dat kan zomaar omdat de prijzen in China veel lager zijn dan in Europa. Voor een nachtje in een hotel betalen we vaak maar twaalf euro en we eten tussen de middag voor twee euro allebei een grote kom noedels. In ieder stadje hebben ze wel een hotel en we zijn al helemaal gewend aan de warme douche en de waterkoker die op ons staan te wachten na een lange dag fietsen.

De herfst is een mooie tijd om over het platteland van China te fietsen. Ze zijn overal bezig met het binnenhalen van de oogst. Meestal hebben een aantal dorpjes dezelfde gewassen op hun akkers staan. Zo komen we door een gebied met alleen maar appels, daarna door het gebied van de kiwi’s, rode pepers, uien en Chinese kool. Maar bijna overal hebben ze mais. Bij ons in Nederland gebeurt het oogsten van mais met grote machines. In een paar uur tijd staan er op het maïsveld alleen nog de stoppels en is de rest tot veevoer vermalen. Hier gaat het wel een beetje anders. Alles is mensenwerk en er zijn heel veel stappen nodig voordat alles verwerkt is. Terwijl we langs de akkers fietsen zien we alle stappen voorbij komen. Elk stukje van de plant wordt apart van de akker naar het dorp gebracht. Vaak op karren waar een ezeltje voor staat. Die karren worden wel zo vol geladen dat het lijkt of er een hooiberg op wielen voorbij rijdt. Als mensen geen kar of ezel hebben brengen ze de oogst naar het dorp in een rieten mand die ze op hun rug dragen. In het dorp worden alle stukjes van de plant (wortels, maiskolven en stengels) gedroogd. Dat gebeurt gewoon op de weg zodat soms hele wegen geel zijn gekleurd van de maiskolven.



Misschien is het omdat iedereen het druk heeft met de oogst of gewoon omdat er ontzettend veel Chinezen zijn, maar we zien altijd wel mensen om ons heen.
En terwijl wij naar de Chinezen kijken, kijken zij met verbazing naar ons. We fietsen door delen van het land waar maar weinig andere toeristen komen. En dat merken we aan de reacties die we krijgen. Je hebt mensen die ‘hello’ roepen, en als wij hallo terug roepen dan schieten ze achter onze rug meteen in de lach . Als wij verschijnen in een hotel of een eettentje dan worden de mensen vaak zenuwachtig. Oh…. help. Buitenlanders! Zie je ze denken. Veel Chinezen kunnen geen Engels spreken en wij kunnen geen Chinees. We willen het wel leren maar de uitspraak is waanzinnig moeilijk. Het is heel belangrijk op welke toon je woorden uitspreekt want als je een letter hoger of lager uitspreekt kan het woord iets anders betekenen.
Dus gaan we aan de gang met onze handen en voeten en ons boekje vol met plaatjes zodat we dingen aan kunnen wijzen. Wat we ook wel eens doen is met tekeningetjes duidelijk maken wat we willen. Maar de Chinezen zijn hier niet aan gewend. Ze snappen vaak echt niet dat we geen Chinees verstaan en praten gewoon een beetje harder door. Als wij laten merken dat we hen niet kunnen verstaan hebben veel Chinezen de ideale oplossing: dan schrijven ze het toch gewoon op een briefje? In Chinese tekens…..Gek genoeg snappen de Chinezen niet dat we dat ook niet kunnen lezen.

Op een avond zitten we wat te eten in een hotel in een klein dorpje.. Een groepje leraren is hier vanavond ook aan het eten en een paar mensen kunnen wat Engels. De groep is nieuwsgierig naar ons en met de wereldkaart erbij leggen we iets uit over onze reis. Nu zijn de leraren pas echt nieuwsgierig en enthousiast. Ze bieden ons biertjes aan en vragen of we mee willen zingen met de Karaoke. Verschillende Chinezen laten in het zaaltje horen dat ze wel hard maar niet zo heel mooi kunnen zingen. Daar doen we liever niet aan mee. Maar als ze vragen of we de volgende dag hun school in het dorp willen bezoeken zeggen we natuurlijk meteen “ja”!

De volgende ochtend worden we door wel zes mensen van de school opgehaald bij het hotel. Het is een school met ongeveer 200 leerlingen, verspreid over een lagere school en een middelbare school. Anders dan bij ons krijgen de kinderen hier ook op de lagere school voor ieder vak een andere leraar. Chinese kinderen gaan pas naar school als ze zes of zeven jaar oud zijn en dan moeten ze meteen hard werken. Ze zijn van half acht ’s morgens tot half zes ’s avonds op school. Tussen de middag hebben ze twee en een half uur vrij om naar huis te gaan voor de lunch. Naast deze lange dagen op school krijgen ze ook veel huiswerk mee. Wij zien regelmatig kinderen aan hun huiswerk werken, bijvoorbeeld in het restaurantje waar hun ouders werken. Er blijft dus niet zoveel tijd over voor spelen. Een van de leraren vertelt me dan ook dat de meeste Chinese kinderen school niet zo leuk vinden.



Als we aankomen op het schoolplein is het net pauze en veel klassen kijken vanaf de balkons naar ons en de fietsen. Het is een beetje alsof Sinterklaas de school bezoekt. We worden veel gefotografeerd en een leraar filmt ons hele bezoek. We mogen eerst thee drinken in de kamer van de directeur. Daarna gaan we naar een bovenbouw groep waar de kinderen al Engels leren. Ze hebben Engelse vragen voor ons voorbereid en kunnen die verrassend goed uitspreken. Wat we van China vinden? Waarom we op het Chinese platteland reizen? Een jongen vraagt of wij Chinees kunnen begrijpen en als wij zeggen dat we dat moeilijk vinden wil hij ons wel een zinnetje leren. Hij schrijft het voor ons op het bord en Line schrijft het zo goed mogelijk na. Welkom in ons dorp staat er na deze oefening.



Na deze klas gaan we naar de allerkleinste kinderen van de school. In groep 1 zijn de kinderen 6 jaar oud en daar leren ze lezen en schrijven. Wat wij heel bijzonder vinden: ze leren eerst ‘even’ onze letters en daarna de Chinese letters die karakters heten. Kinderen in Nederland vinden het soms moeilijk om vlot te leren lezen met 26 letters in ons alfabet. Het Chinese schrift kent duizenden karakters en je moet als kind een heleboel van die karakters uit je hoofd leren voordat je een beetje kunt lezen.
Ook het schrijven is een hele klus en wij mogen even kijken bij een schrijfles. De leraar gebruikt een penseel en inkt om prachtige karakters te schilderen. De kinderen ploeteren op de letters met potlood in een schriftje. De leraren vragen of Line de kinderen wat Engelse woordjes wil leren. Ze leert de klas 4 woordjes die Nederlandse kinderen makkelijk zouden vinden omdat Engels op het Nederlands lijkt: cat, book, school en oké. Maar of de Chinese 6 jarigen dit zullen onthouden?
We maken nog foto’s met wat kinderen en leraren op het schoolplein en dan is het tijd om verder te fietsen. En terwijl we wegfietsen vragen we ons af wie er het meest geleerd hebben: de kinderen van de school of wij?




Nieuwsgierig naar eerdere verhalen van ons? Klik op de link hieronder!

Lees meer… | Wat erg een berg!
Lees meer… | Fietsen in de woestijn
Lees meer… | 1001 ontmoetingen
Lees meer… | Turkije voor beginners
Lees meer… | De karavanserai
Lees meer….. | Dobre dan

Een reactie op “Lees mee: China in geuren en kleuren”

Die Nederlandse kinderen mogen maar blij zijn met zo’n juf die de wereld rondreist en ze onderweg zoveel leert! Leuk!

7 January 2012
Roos