English
\




Wat erg! Wat een berg!


We zijn al heel veel landen doorgefietst, sommige plat als een pannenkoek en andere met flinke bergen. We zijn door een woestijn gefietst en door drukke steden waar het verkeer één grote warboel is. Maar nu gaan we een stuk fietsen wat weer helemaal nieuw en spannend is. We gaan de bergen in!



Dicht tegen de Himalaya aan ligt een groep bergen die ze de Pamir noemen. Jullie weten vast dat in de Himalaya de hoogste berg ter wereld ligt: de Mount Evererst die 8848 meter hoog is. Boven op de top van de Mount Evererst is het zo koud dat de Verschrikkelijke Sneeuwman wanten draagt en er is heel weinig zuurstof zodat je er bijna niet kunt ademen. De Himalaya in fietsen is dus niet zo’n goed idee. De Pamir is een beetje lager; maar ook weer niet zóveel lager. De weg gaat over 4000 meter hoogte en de bergen er omheen zijn soms meer dan 7500 meter hoog. Deze weg heet de Pamir highway en dat betekent eigenlijk Pamir “snelweg”. Het is een lange weg die door verschillende landen loopt en het is de op een na hoogste internationale weg ter wereld. Toch is de weg niet overal breed en met een mooi laagje asfalt. Soms is de Pamir Highway niet meer dan een simpel karrenpad met grote stenen waar je overheen rijdt.



Ooit was deze route een onderdeel van de Zijderoute, Marco Polo reisde via de Pamir naar China, nu denderen er Chinese vrachtwagens overheen. Maar toeristen vinden de Pamir highway ook speciaal. Fietsers van over de hele wereld komen hierheen voor een flinke uitdaging en het mooie uitzicht. Helemaal in het vroege najaar als het niet te koud en niet te warm is, met veel kans op helder weer.

Voordat we vertrekken hebben we wel zin in deze weg. Het is fijn om zoveel mooie natuur om je heen te hebben en een paar weken te kamperen. Maar we zien er ook wel een beetje tegenop. Van andere fietsers hebben we gehoord dat het best een zware tocht is. Je moet natuurlijk veel klimmen om op 4000 meter hoogte te komen en dan moet je nog verschillende passen over. We weten dat het koud is daarboven en dat je lijf soms moeite heeft met wennen aan minder zuurstof. Het is wel niet zo hoog als de Mount Everest maar je merkt wel dat je hoger zit dan in de Ardennen of de Alpen.
Gelukkig zijn we niet de enige fietsers die deze weg fietsen en we kletsen wat af met mensen die dezelfde reis maken als wij. Iemand zegt zelfs dat we er maar een race van moeten maken. Wie het eerste in het volgende stadje is wint….. en blikje sardientjes! Het zijn nog vieze sardientjes ook. We willen er helemaal geen race van maken want het is moeilijk genoeg zonder dat je probeert te winnen. Maar we moeten wel lachen om de sardientjesrace. We verstrekken op dezelfde dag als 4 andere fietsers en wij zijn de eerste die wegfietsen, niet omdat we willen winnen maar gewoon omdat we er klaar voor zijn. Denken we….

En dan fietsen we de Pamir highway op. Als je wil weten hoe mooi het daar is moet je maar eens kijken op het foto album. Klik daarvoor hierWant woorden als ‘hoog’ of ‘indrukwekkend’ kunnen niet goed vertellen hoe het landschap eruit ziet. Maar ik ga natuurlijk wel proberen om jullie mee te nemen op onze tocht door het te vertellen.



De eerste kilometers na Dushanbe is er nieuw asfalt zo glad dat je er bijna aan gewend zou raken. Maar na een paar dagen maakt het asfalt plaats voor een gravelweg die nog 150 kilometer aan zal houden. De ‘grote’ beroemde Pamir highway wordt hier weg die helemaal niet aan een snelweg doet denken het is een pad met enorme keien en rotsblokken. Het is zwaar fietsen zeker omdat de weg omhoog gaat. Het uitzicht maakt wel veel goed. We fietsen langs een rivier die zich tussen steile bergwanden door slingert. Na iedere bocht van de rivier komen we in een nieuw dal met nieuwe verrassingen. Zo zien we een hele groep gieren die vlak boven ons hoofd vliegen.



Het is een uur of tien ’s morgens als we beginnen we aan de eerste pas. Het is lang niet de hoogste pas op deze route maar we zitten nog steeds op het gravel en we weten dat we 1500 meter moeten klimmen in 35 kilometer. Vol goede moed beginnen we aan deze klim. We hebben immers nog de hele dag de tijd? De zon schijnt volop, we hebben wind mee en we hebben spectaculaire uitzichten over het dal waar we uit gekomen zijn. We komen tijdens onze klim een Rus op de fiets tegen met hele lichte bepakking die zich bij ons aansluit. Om vier uur ’s middags zijn we al aardig moe na uren worstelen over het gravel. Soms moeten Line en de Rus lopen omdat een kiezel van twee cm hoog een enorm obstakel kan zijn op het steile pad. We moeten nog 500 meter omhoog en we zien de pas al liggen. We hebben nog drie uur daglicht om de pas over te komen en dat lijkt nog steeds prima te doen.
Maar na drie uur wordt het donker maar zitten we nog 200 meter onder de top. We kunnen niet kamperen langs de kant van de weg. De grond is zo steil dat er geen plekje is voor onze tent. Ook is het niet zo gezond om zo hoog te gaan slapen want er is minder zuurstof op deze hoogte. Onze lichamen zijn nog niet aan minder zuurstof gewend en dat kan gevaarlijk zijn. Er zit maar een ding op: we moeten de pas over en daarna weer een flink stuk omlaag. Dus gaan we door, lopend naast onze fiets, hoewel we erg moe zijn. De kou en het gebrek aan licht maken de laatste kilometers van de dag nog moeilijker. Maar we halen de pas en dalen daarna nog elf kilometer af, stuiterend in het donker over de gravelweg. Zodra we genoeg afgedaald zijn zetten we de tent op, pal langs de weg op het eerste beschikbare plekje. Heel opgelucht dat we in onze slaapzak mogen kruipen.



De afloop van de sardientjesrace

De hele tocht vragen we ons af waar de andere fietsers gebleven zijn die op dezelfde dag als wij vertrokken zijn. Afgezien van de Rus komen we niemand tegen die naar het oosten fietst. Wel ontmoeten we ongeveer om de dag tegemoetkomende fietsers waar we altijd even een praatje mee maken. Maar van de andere fietsers, geen spoor. We komen in het stadje aan en daar is een reiziger die met de auto reist. We kennen hem wel want hij was er ook bij toen we grapjes maakten over de sardientjes race. Als hij ons ziet haalt hij met een lach een blikje Russische sardientjes tevoorschijn. Zonder dat het de bedoeling was hebben we gewonnen!

Na dit stadje wordt de weg beter al laat het asfalt ons weer tijdelijk in de steek bij vrijwel iedere pas. We zien sneeuw op de bergen liggen en het wordt nu ook kouder onderweg. In Dushanbe liepen we nog in korte broek en T-shirt met temperaturen boven de 35 graden. Nu, iets meer dan een week later, hebben we nachtvorst en fietsen we overdag met een lange broek en soms een jas aan. Dat is wel even wennen aangezien we sinds Istanbul hoge temperaturen hebben gehad.
De kou ’s nachts is ook een reden om wat minder te kamperen en meer uit te kijken naar slaapplaatsen onder een dak waar dat mogelijk is.
Een bijzondere nacht hebben we in een kuuroord langs de kant van de weg. Hier zijn natuurlijke warm water bronnen met zwavel erin en dat ruikt naar rotte eieren. Dat klinkt als een stinkende plek waar je ver uit de buurt wil blijven maar het water is heel gezond om in te zwemmen. Voor ons is het fijn om onze vermoeide spieren in het hete water te laten uitrusten. Je gaat niet zwemmen in de natuur maar er is een kuuroord over de bronnen heen gebouwd. Het is geen mooi of sjiek gebouw. Een lange donkere gang met hotelkamertjes aan weerszijden. Wij delen onze kamer met een kamergenootje die met razendsnelle pootjes over onze kussens en door ons haar roetsjt in het midden van de nacht. We denken aan een kakkerlak maar zeker weten doen we dat niet. Het is een van de eerste kakkerlakken op onze reis en het zal zeker niet de laatste zijn…We laten het licht maar aan die nacht. In de hoop dat ‘het’ ons verder met rust laat.
Je kunt in het kuuroord eten in een kantine. Voornamelijk oud brood en soep die vet en smakeloos is. Het is een kennismaking met het eten op de Pamir wat hoe langer hoe treuriger wordt.
We blijven hier een dag extra omdat Line last heeft van de hoogte. Doordat er minder zuurstof in de lucht zit krijg je hoofdpijn. Ik ben ook een beetje duizelig, slappe knietjes en traag reageren. Na een dagje wennen aan 3500 meter zijn de klachten weer verdwenen en kunnen we zonder problemen verder.

Na het kuuroord fietsen we weer verder omhoog naar 4000 meter hoogte. Het landschap wordt kaler en leger. Er groeit hier maar weinig, een beetje als in de woestijn, en er zijn steeds minder dorpjes. In het ruige landschap kijken we uit naar het Marco Polo schaap wat hier in het wild voorkomt. Het is een schaap met de grootte van een kalf en met lange gekrulde horens. We zien het schaap uiteindelijk alleen bij een jager thuis op een foto en als jachttrofeeën aan de muur.



We zien wel kleine kuddes met jaks. Een jak is een soort koe maar dan groter en met lange haren. Ze kunnen dus goed tegen de kou en de mensen gebruiken jaks hier al heel lang voor hun vlees , hun huid en hun melk. Wij eten Yaklever met uien (de smakelijkste maaltijd van de Pamir) en drinken we yak boterthee. Verder merken we weinig van de dieren op de Pamir met één uitzondering: in onze ingewanden reist een parasiet mee waar de helft van de Pamir reizigers last van krijgt. Het beestje in onze buik zorgt soms voor diarree en een enorme hoeveelheid stinkende winden. Het is maar goed dat er zo weinig andere mensen zijn….
In Nederland zeg je nooit iets over poepen, behalve misschien dat je moet. Op de Pamir zijn er geen toiletten. Dus vaak is naar de wc gaan gewoon hurken achter een struikje of een rotsblok langs de kant van de weg. Wij als reizigers vinden het steeds gewoner om verslag uit te brengen nadat we naar de wc zijn geweest. Omdat je je best ziek kunt voelen als je diarree hebt bespreken we onze poep met elkaar. Welke kleur heeft je drol van vandaag? En welke dikte? Was het veel of weinig?
Maar terug naar de bergen want al dat praten over poep! Bah! We genieten van het lege landschap en het lijkt wel alsof we hier alleen doorheen reizen. We zien soms een herder met schapen en geiten en we vragen ons af waar ze vandaan komen of naar toe gaan. Er is soms vele tientallen kilometers geen dorpje te bekennen. Een paar keer per dag passeert ons een vrachtwagen of een jeep met toeristen. We staan dan ook raar te kijken als er een klassieke auto uit de verte komt aanrijden. Het blijkt een Bentley uit 1936. Even later gevolgd door een Porsche uit 1974. Er wordt gestopt voor een praatje. De bestuurders zijn verbaasd fietsers aan te treffen op deze slechte weg. Nou wij zijn net zo verbaasd!



Ondanks het lege landschap is het toch niet heel moeilijk om een slaapplaats te vinden voor de nacht. Er zijn geen hotels op deze route maar je kunt in ieder dorpje wel een homestay vinden. Dan huur je een kamer bij mensen thuis en mag je ook nog mee-eten. Zijn er geen officiële homestays dan kun je bij ieder willekeurig huis langs de kant van de weg aankloppen. Deze overnachtingen geven een heel bijzonder kijkje in het leven van de mensen die in de Pamir wonen. Het is een hard en simpel leven. Er is geen stromend water en het huis wordt verwarmd met een kachel gestookt op gedroogde mest. Op deze kachel wordt ook gekookt. Er zijn bijna geen meubels in huis. Geen tafel, geen stoelen en geen bedden. Een vitrinekast waar servies, knuffels en foto’s uitgestald staan mag echter niet ontbreken als je een beetje geld hebt. In de hoek van de slaapkamer ligt een stapel dikke dekens kussens en matrasjes. De stapel is soms wel manshoog en daarmee wordt ’s avonds voor iedereen een bed gebouwd. Voor het toilet moet je naar buiten waar een beerput is met een muurtje eromheen. Je hurkt dan boven een stinkend gat want een wc waar je op kunt zitten kennen ze hier niet. We zien een aantal badkamertjes van binnen en ook dat is een hele belevenis. Het is meestal een schuurtje opgetrokken van leem van nog geen drie vierkante meter. Het badkamertje wordt heel warm gestook door een kacheltje. Aan een kant staat een houten bankje met haakjes erboven. Op het vuurtje staat een grote pan met heet water. Er is een emmer met koud water en een teil waarin je het water kunt mengen tot de juiste temperatuur. Je giet het water met een steelpannetje over je hoofd heen. We zien wekenlang geen douche maar op deze manier kun je toch redelijk schoon blijven.

Ontwikkelingswerk

Het Pamir gebergte is geen rijk gebied, zoveel is wel duidelijk. We zien bij dorpjes vaak een bordje langs de weg waarop staat uitgelegd wat er mogelijk is gemaakt met geld uit het westen. Kinderen krijgen bijvoorbeeld maaltijden op school zodat ouders gestimuleerd worden om kinderen naar school te sturen. Toch zien we hier en daar nog wel kinderen de geiten hoeden. Dat is een saai werkje en je leert er niet van lezen of schrijven of rekenen. Als die kinderen later groot zijn kunnen ze dus ook geen betere baan krijgen.

Het is lastig om eten in de Pamir te krijgen omdat er maar heel weinig winkeltjes zijn. De winkels zijn ook moeilijk te vinden. Er is geen uithangbord en soms moeten ze speciaal voor ons geopend worden. Iemand komt uit het huis aan de overkant van de weg en gaat achter de toonbank staan. Misschien zouden jullie het wel leuk vinden om in de winkeltjes dingen te kopen. Er ligt vooral veel snoep en koekjes. Die liggen dan wel los in een kartonnen doos die de hele dag open staat dus echt vers zijn ze niet meer. De meeste winkeltjes hebben maar heel weinig te verkopen. En wat er ligt kunnen we niet gebruiken. Wij willen ook wel wat gezond eten en we zijn altijd op zoek naar brood, frisdrank, bronwater, yoghurt groente of fruit. Wat je ook vindt in de winkeltjes: bovenstaande artikelen bijna zeker niet. Alle producten moeten over die ene weg naar de winkeltjes gebracht worden en dat is een lange en moeilijke tocht. Groente blijft waarschijnlijk niet lang genoeg vers. Niet alleen voor ons fietsers maar ook voor een vrachtwagen. Na een paar dagen weten we dat we brood niet in de winketjes moeten zoeken. Ieder huishouden bakt zijn eigen brood en dus kopen we het soms van mensen zonder winkel.
We verblijven een dag in het stadje Murgab waar niet genoeg stroom is voor het hele stadje. Maar dat hebben ze met elkaar goed opgelost. De ene helft van de stad heeft overdag stroom, de andere helft ’s avonds. Wel hebben ze hier een markt waar je ‘bijna alles’ kunt krijgen. Nou ja… meer dan in de andere winkeltjes. Wij vallen een keer voor een souvenir en kopen er twee mooie vilten hoeden zoals de mannen ze hier dragen.



Een hoogtepunt

En dan, na een dag heel hard werken omdat de weg alleen maar omhoog is gegaan staat er 4666 op de hoogtemeter. Dit is de hoogste pas van de Pamir highway en daar zijn we zelf toch wel even van onder de indruk. Wat hebben we veel geklommen de afgelopen weken en nu staan we op dit hoogtepunt. Als we om ons heen kijken snappen we wel waarom ze dit het dak van de wereld noemen.



Een paar dagen later overnachten we in Karakul. Het is een piepklein stadje wat aan een mooi meer ligt. Het meer is op een speciale manier gevormd. Heel lang geleden is hier een krater ingeslagen en waar de aarde ingedeukt is ligt nu het meer. Er liggen veel bergtoppen omheen met prachtige sneeuw op de top.



Na Karakul beklimmen we nog 2 passen en dan komen we bij het einde van de Pamir weg.. Het was een zware tocht die meer dan 2 weken geduurd heeft. Maar het was ook prachtig en erg indrukwekkend. Het klimmen was vaak zwaar, zeker als het asfalt weer eens ophield en de weg een gravelpaadje werd. Maar als we terugkijken zijn we toch heel blij dat we deze weg gefietst hebben. Het geeft een trots gevoel dat het ons gelukt is en we hadden deze bergen niet willen missen op onze reis. En na al dat klimmen komt eindelijk de afdaling naar Kashgar, een stad in China. Gelukkig ligt hier asfalt en we mogen urenlang in een hoog tempo naar beneden. Dat hadden we wel verdiend.




Nieuwsgierig naar eerdere verhalen van ons? Klik op de link hieronder!
Lees meer… | Fietsen in de woestijn
Lees meer… | 1001 ontmoetingen
Lees meer… | Turkije voor beginners
Lees meer… | De karavanserai
Lees meer….. | Dobre dan

Nog geen reacties op “Lees mee: Wat erg een berg!”