English
\




donderdag 17 nov. 2011

Het eind van de Zijderoute


De grens met China is weer een magische stap op onze reis. Soms zijn we zelf ineens onder de indruk van onze onderneming. “We zijn helemaal naar China gefietst” is zo’n moment vol verwondering. “We gaan naar China fietsen” was de simpele uitleg van onze reisplannen. Nu, zes maanden later weten we wel beter. We zijn pas halverwege onze reis. Nog drie maanden China voor de boeg want dit land is immens. En daarna nog een kleine drie maanden in Vietnam, Laos en tenslotte Thailand. We hebben ons vliegticket vanaf Bangkok naar huis al maanden geleden geboekt. Spannend om het zo ver van tevoren vast te leggen maar we zijn er ook wel van overtuigd dat we het gaan halen als er geen rare dingen gebeuren.

Maar eerst dus China. De grootte van het land wordt pas een beetje reëel als je gaat plannen met de kaart erbij. En later nog duidelijker als je gaat fietsen en ziet wat de afstanden inhouden. Honderd kilometer gefietst is 2,7 centimeter op de kaart. Als je de kaart dan uitvouwt dan zie je pas hoeveel kilometers het land zich nog uitstrekt. We zullen onze negentig dagen hard nodig hebben om in Vietnam te komen. Na verhalen van andere fietsers aangehoord te hebben besluiten we een heel stuk met de trein te gaan. Ten oosten van Kashgar ligt namelijk een woestijn waar we minstens twee weken doorheen aan het fietsen zijn. We zijn tot de conclusie gekomen dat woestijnen niet onze favoriete fietsgebieden zijn. Naast het eentonige uitzicht is het gewoon ook onpraktisch. Het is vrijwel elke dag lastig om aan voldoende water, eten en een slaapplek te komen.

Dus na een weekje Kashgar stappen we op de trein, wat we in China best een spannende onderneming vinden. Niet de treinreis voor onszelf maar het feit dat we de fietsen zomaar, niet op slot, aan een wildvreemde mee moeten geven. De fietsen gaan namelijk met een goederentrein mee en komen een dag na ons aan in Jianguan. Als we de beambte van de Chinese spoorwegen goed begrepen hebben tenminste.
De treinreis verloopt voor ons gemakkelijk. Afgezien van het sjouwen met de tassen. Het zijn elke keer maar hele kleine stukjes, perron op en perron af maar ieder met zes losse tassen sjouwen die gemaakt zijn om aan een frame te hangen i.p.v. aan een lijf is een hele klus. We reizen eerst van Kashgar naar Urumqui waar de trein 24 uur over doet . Even een leuke voor de trivia fanaten onder ons: Urumqui beroemt zich erop dat het de stad is die het verste van een zee vandaan ligt. Wij hebben alleen nog hele vage herinneringen aan de zee bij Istanbul en geloven dit direct. Na een paar uur vertrekt de trein van Urumqi naar Jianguan en dertien uur laat later stap je uit de trein en is er ruim 1500 kilometer woestijn en zijderoute overgeslagen.

We zetten ons schrap als we de fietsen op gaan halen. Dat zal wel niet in een keer goed gaan denken we zo. In dit soort gevallen is de taalbarrière erg lastig. We hopen dat het papiertje waarop staat dat we fietsen verstuurd hebben genoeg informatie geeft aan de beambte in het station. Eerst met de taxi naar het station dus.

De Chinezen hebben er een halfslachtig handje van om zeer globaal de weg te wijzen aan ons analfabete buitenlanders. Toegegeven, soms vragen we naar een hotel terwijl we er pal voorstaan, maar als het iets verder is dan wordt er wat gewapperd met een hand zodat we het na vijftig meter opnieuw kunnen vragen. Zo worden we ook het station doorgewapperd door verschillende medewerkers van de spoorwegen. Uiteindelijk staan we bij het bagagedepot waar het stinkt naar vis en het helemaal volstaat met dozen in allerlei formaten. De mevrouw achter het loket is heel duidelijk, (Ze spreekt zelfs een beetje Engels!) we moeten bij het busstation zijn. Dat ligt tegenover ons hotel weten we, dus nemen we de taxi weer terug naar het centrum. Bij het busstation vinden we een dependance van de spoorwegen waar men ook iets weet over goederen maar de man achter de balie schudt zijn hoofd. Hij maakt duidelijk dat onze fietsen op het station staan. En hoewel we verwacht hadden dat het niet heel soepel zou gaan krijgen we het nu toch wel een beetje benauwd. Zouden de fietsen er wel zijn? Of zouden ze met de volgende goederentrein pas komen over een paar dagen? De man schiet ons echter te hulp en gebaart dat we in zijn busje moeten gaan zitten. Tien minuten later staan we weer op het station bij de zelfde mevrouw die ons wegstuurde. Het duurt nog een paar minuten, waarin onze zenuwen nog wat toenemen, tot de man tussen de dozen tevoorschijn komt met in iedere hand een fiets. Een hele opluchting.

De taalbarrière is huizenhoog in China. Het is heel moeilijk om een taal te leren die je niet kunt lezen. Bovendien komt de uitspraak wel heel precies in het Chinees en aan de reacties te merken bakken we er niet veel van. De Chinezen spreken op hun beurt vaak maar twee woorden Engels: Hello en bye bye. Wij beklimmen dagelijks deze barrière om aan eten te komen of een hotelovernachting te regelen. We hebben touwladders in de vorm van point it, ons plaatjeswoordenboekje. Als dat niet werkt hebben we de Lonely Planet met wat zinnetjes die we aan kunnen wijzen of we tekenen wat op een briefje. De Chinezen die we ontmoeten zijn niet gewend aan deze taalbarrière en blijken keer op keer heel verbaasd dat wij ze niet kunnen verstaan. Vaak worden ze hier heel zenuwachtig van en soms moeten we het eettentje weer verlaten omdat het personeel alleen maar kan giechelen. Dat we hun restaurantje zijn ingelopen om wat te eten lijkt niet duidelijk voor ze te zijn. Soms komen de Chinezen echter wel met een oplossing voor het feit dat wij ze niet kunnen verstaan: Dan schrijven ze het toch gewoon op? En dus worden er Chinese karakters op een briefje geschreven, of in het zand met een stok. Of even snel op hun handpalm. Soms gebeurt dit ons wel meerdere keren per dag. En hoe langer we erover nadenken, hoe vreemder we dit vinden. In welke wereld leven de Chinezen dat ze niet weten hoe uniek hun eigen schrift is en dat taal en schrift niet los van elkaar staan?

Jiayuguan is een provinciestadje ten oosten van de woestijn maar we hebben het niet willekeurig gekozen. Hier eindigt de Chinese muur bij een groot oud fort. In oude tijden was dit fort het einde van het Chinese keizerrijk. Als je verbannen werd uit het land kwam je hier terecht. Aan de westkant van het fort is de ‘achterdeur” waardoor bannelingen het keizerrijk uit werden gezet. Tot op de dag van vandaag kijk je vanuit die achterdeur uit over de eindeloze woestijn. Veel succes!

Maar het fort was ook een belangrijk punt op de zijderoute en het is leuk om te zien hoe zeer het hier in China leeft. We zullen er tot aan Xi’an mee geconfronteerd worden. In Zhangye, een stadje verder naar het oosten, staat een standbeeld van Marco Polo en hebben ze een Chinese impressie gegeven van een Venetiaans straatje. Heel kitsch allemaal maar daar hebben ze in China niet zoveel problemen mee.

We fietsen door de provincie Gansu naar het zuidoosten. In het begin is het landschap niet zo spannend, het is vlak en soms kijken we dagenlang uit over landbouw met maar één gewas. Uien! of mais. Maar hoe verder we naar het zuiden fietsen hoe gevarieerder het landschap wordt. De gewassen die er verbouwd worden blijven echter heel erg streek gebonden. Het hele dorp verbouwd appels, rode pepers, graan of paddestoelen. Als je buurman er succes mee heeft, waarom zou jij dan wat anders gaan verbouwen? Na een paar weken de eerste terrassen op de berghellingen. De Chinese muur is een beroemd en indrukwekkend bouwwerk maar de terrassen zijn welbeschouwd misschien nog wel veel indrukwekkender. Als je erover nadenkt hoeveel aarde er in de loop van eeuwen verplaatst is voor lapjes grond die soms maar een paar meter breed zijn…
Het is fascinerend om de Chinezen bezig te zien met de oogst. Er gebeurt hier nog zoveel met de hand. We zien mensen dorsen, ploegen met een os, sjouwen met manden op hun rug vol fruit. Mais kolven worden ontdaan van hun bladeren door oudere Chinezen zittend voor hun huisjes. Een paar weken drogen later halen ze de maiskorrels van de kolven om ze daarna uit te spreiden over het wegdek totdat dat er geel van ziet.

Aan alles kun je merken dat arbeidskracht niets kost hier. China heeft een enorm leger aan straatvegers met grote bezems die bijvoorbeeld blaadjes in een natuurgebied van de weg afvegen. Maar ook Traffic Police die acht man sterk op een kruispunt het verkeer regelen ter ondersteuning van de verkeerslichten. Als iemand toch door rood rijdt wordt er gefloten op een fluitje en verder gebeurt er niks. Veel baantjes zijn in onze ogen totaal overbodig. In een deftig restaurant staan zes (!) mensen bij de deur om die open te doen voor een eventuele klant. Wij laten ons hierdoor niet afschrikken en besluiten een avond om in zo’n culinaire hemel te gaan eten. Laten we voor één keer meer dan zes euro uitgeven aan het avondeten was de gedachte toen we de prachtige foto’s buiten zagen. Echter na tien minuten in het restaurant, zittend in een luxueuze maar lege ruimte, aan een enorme tafel kregen we spijt van onze beslissing. Er staat 10 man personeel om ons heen te dralen, aan de ene kant heel stijfjes en formeel, aan de andere kant proberen ze hun zenuwachtig gegiechel (want; Oh jee! buitenlanders!) te onderdrukken achter onze rug. Meer dan servetten op onze schoot leggen hebben ze niet gedaan. We keken elkaar aan en besloten om maar weer te vertrekken. In ieder simpel eettentje langs de kant van de weg kun je heerlijk eten, altijd vers en altijd zorgvuldig gekruid, en dat is misschien wel culinair genoeg.

Vanuit Lanzhou maken we een uitstapje met de bus naar het Tibetaanse klooster in Xiahe. Het is een wonderlijk plaatsje wat in de bergen ligt. Aan de ene kant van het stadje wonen de Han Chinezen in moderne huizen en flats. Aan de andere kant is er het klooster en de woningen van de Tibetanen opgetrokken uit leem en modder. Het Labrangklooster is een feest voor onze ogen. Overal waar je kijkt zie je prachtige kleuren en traditionele versieringen. Het hele Tibetaanse Boeddhisme is een ingewikkeld spel van allerlei gebruiken en symboliek. We zien mensen in klederdracht of gewoon in westerse kleding, melk, coniferen takken en eten offeren op een groot offervuur. We zien en lopen de Khora, een pelgrimsroute rond het klooster met duizenden gebedsmolens op een rij. We zien ook de echte pelgrims die deze weg afleggen soms door elke twee stappen te knielen en zich languit op de weg liggend uit te strekken. Ze hebben houten plankjes aan hun handen en knieën gebonden om die steunpunten te beschermen tegen de grond. We zien monniken die met elkaar stoeien en spelen. Maar ook verwikkeld in een heftig debat waarbij ze elke keer in hun handen klappen om hun argument kracht bij te zetten. De monniken stralen levenslust uit en het valt ons op hoe een diep religieus leven samen gaat met plezier en aardse zaken. We zien de heiligdommen van binnen waar grote kleurrijke beelden staan met wierook staven en yakboterkaarsen ervoor. We zien de monnikspijen in zoveel schakeringen rood met excentrieke gele mutsen erboven. De Tibetanen die geen monniken zijn dragen jassen met hele lange mouwen. Ze dragen hun jassen op een typische manier. Een mouw hangt op hun rug waardoor een arm en schouder onbedekt blijft.
We vangen niet meer dan een glimp op van de betekenis achter dit alles. Maar dat is niet erg. We vinden het allebei heel bijzonder om deze sfeer op te snuiven. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat we in veel opzichten naar een reservaat zijn gekomen. China weet inmiddels heel goed hoe ze het buitenland te vriend moet houden als het om Tibet gaat volgens ons. Wat er buiten ons zicht gebeurd is een ander verhaal. Het feit dat binnenkort er meer Han Chinezen dan Tibetanen in deze ‘Autonome Tibetaanse regio’ wonen is exemplarisch. China heeft een plan met de Tibetanen en laat zich daar niet vanaf brengen.

Tussen Lanzhou en Xi’an wil het fietsen niet meer zo vlotten. De kaart waarmee we fietsen heeft een te grove schaal en we fietsen voor het eerst deze reis flink verkeerd. Twee dagen achter elkaar nog wel. Een paar dagen later nemen we een kleine weg om bij een monument te komen. De uitgehakte Boeddha’s in de steile rotswand zijn indrukwekkend en een bezoekje waard. Maar de weg, die doorloopt op de kaart blijkt deze belofte niet waar te kunnen maken. 35 kilometer terug fietsen naar de hoofdweg dus. Xi’an lijkt door deze dwalingen maar heel langzaam dichterbij te komen. We maken een paar dagen van meer dan honderd kilometer om de verloren tijd weer een beetje in te halen.

En dan komen we aan in Xi’an. Om het oude centrum staat nog de enorme stadsmuur als een groot vierkant fort. Dit is het einde van de zijderoute en we nemen afscheid van dit deel van de reis. Al maandenlang, sinds Cappadocië in Turkije vonden we sporten van dit beroemde wegennet. Hier neemt Marco Polo de weg verder naar het noorden. Hij reist door naar Bejing. En wij gaan weer verder naar naar het zuiden.
Maar voor we dat doen rusten we bijna een hele week uit in Xi’an in een prettig hostel pal naast de zuidpoort van de oude stadsmuur. We mengen ons even tussen de andere westerse toeristen. We besluiten zelfs mee te gaan op een compleet voorgekookt dagje terracotta leger. Lekker makkelijk want dat ligt ver buiten de stad. We voelen ons even Chinese toeristen die meestal op hoog tempo door de bezienswaardigheden geloodst worden door hun gids. Jullie hebben 15 minuten om zelfstandig door deze hal te lopen. We zien elkaar bij die deur dus om 14:26 uur precies! krijgen we te horen. We verplaatsen ons braaf een dagje met de groep mee al hebben we soms de neiging om stiekem ons eigen plan te trekken. De ontmoetingen met ander westerse toeristen doet ons beseffen dat wij een heel ander China ervaren dan zij. De doorsnee toerist verplaatst zich per vliegtuig, bus of trein. Je kunt in China geen auto huren dus de enige manier om helemaal ‘vrij’ te reizen is met de fiets of lopend. Er zijn natuurlijk ook wel andere toeristen in China op zoek naar de minder begaande paden. Maar China is zo groot dat je elkaar zelden treft behalve op dit soort toeristische plaatsen. Hier ontmoeten we ook toeristen alleen de zorgvuldig geselecteerd hoogtepunten van China bereizen. Ze slapen niet in een klein hotel in een dorpje waar ze de naam niet van weten. Ze hebben weinig contact met de Chinezen afgezien van hotelpersoneel of hun ingehuurde gids die twee weken met ze meereist. Voor ons is een echte eyeopener het moment waarop vier mensen uit de groep weigeren te eten in het restaurantje bij het terracotta leger wat onze gids heeft geregeld. Ze hebben een lepel ontdekt waar een vlek op zit. In onze ogen is dit een buitengewoon net restaurant. Er ligt geen rommel op de vloer. Niemand zit te rochelen of boeren te laten. De tafel plakt niet en ze hebben servetten in plaats van een natte wc-rol. Nadat de vier vertrokken zijn hebben we heerlijk gegeten. We hadden niet anders verwacht.


Nieuwsgierig naar eerdere belevenissen? Klik hier onder op een van de linkjes


De Pamir | september 2011
Stannen en stempels | augustus en september 2011
Hulpdiensten in de woestijn | 8 tot 12 augustus 2011

Welcome to Iran! (Iran 2) | augustus 2011
Tegenwind (Iran 1) | eind juli 2011
Van Capadocie tot Van | half juli 2011
Istanbul | begin juni 2011
Balkan en Bulgarije | eind mei 2011
Waarin we trouwen, wij langs gaan bij Marco Polo en… | Italie | 12-05-2011

Frisch und Knusprig | half april 2011

Vertrokken | begin april 2011

9 Reacties op “Het einde van de Zijderoute”

Fijn om jullie verhalen weer te lezen, en dat jullie alles overleeft hebben.

Chineese trivia : Er zijn veel dialecten in China en ze kunnen elkaar vaak niet verstaan, maar geschreven chineese is overal hetzelfde, vandaar dat ze wilde opschrijven voor jullie:)

Geniet van de” vakantie” in Zuidoost asia:)

Shane

23 December 2011
Shane

Lieverds, Hier blijft het meereizen een avontuur! Benieuwd hoe jullie Vietnam gaan vinden…hoop snel weer keertje te kunnen skypen! Misschien met kerst…maar dat wordt waarschijnlijk lastig als jullie op Cat Ba Island zitten met die billen.

Kus

20 December 2011
Roos

Gewoon een cadeautje om na een maand buitenland weer lekker een aantal verhalen van jullie te kunnen lezen! En wat een bijzondere reis, wat zijn jullie topschrijvers en fotograven! Ik geniet met jullie mee!

Liefs,

7 December 2011
Hanneke

Eerst de prachtige foto’s, daarna het blog en voor de details een skype erachteraan.
Heerlijk zo’n duidelijke skype waarin je met elkaar de details kunt bespreken en allelei vragen kunt stellen. Dat maakt voor ons het plaatje compleet, dan zijn jullie even geen 12.000 km ver weg.
Na zo’n babbel (met beeld) kunnen wij er weer even tegen.
Line wist je dat lootjes trekken ook zonder jou gewoon doorgang heeft gevonden.
Zaterdag 3 december komen we weer op de traditionele manier bij elkaar, voor het gedicht, cadeautje en gezellig samenzijn.
Ik ga wel voorstellen om iets te halen bij de chinees dat geeft volgens mij een maximale verbondenheid met jullie. Wisten jullie dat de crisis ons lootjes trekken heeft bereikt, dit jaar besteden we maximaal €20.
Ik was wel verbaasd dat jullie zover zuidelijk zijn gekomen dat er manderijnen en sinasappels aan de bomen groeien.
Ook het feit dat je niet over rustige weggetjes reist maar dat het altijd druk is om jullie heen met toeterende auto’s en vrachtwagens en dat de rust pas terugkeert als je de deur van het hostel achter je dicht trekt.
tot skyps Niko & Ellie

26 November 2011
Niko

Tja, die Chinezen met hun taal….
Wij hebben een soortgelijke ervaring met die Grieken: zij zeggen alles gewoon een tweede keer, MAAR DAN VEEL HARDER, ZODAT DIE DOVE TOERISTEN HET NU WEL KUNNEN VERSTAAN.
Zucht

Marieke

21 November 2011
Marieke en Jeroen

What adventure!!!! Nice pictures en love to read the stories… thanks with a big hug…

21 November 2011
Karin Noijen

Heerlijk om te lezen. Het is zo gek! Jullie schrijven hartstikke mooi en daarom kan ik het voor me zien, maar tegelijkertijd kan ik me helemaal niks voorstellen bij het idee dat dit op dit moment jullie leven is!
x

18 November 2011
Marije

Joehoe, weer een verhaal om van te genieten! Ga zo lezen als Lotta dat toelaat!
Kus

18 November 2011
Robijn

Hallo Lieverds,
En na al die prachtige foto’s er ook nog zo’n prachtig verhaal achteraan: het kan niet op. Jullie genieten niet alleen, wij genieten ook!
Liefs en wedereom een dikke knuffel

17 November 2011
Harry